Menu

Opfokzeugen

Opfokzeugen

De genetische aanleg van de zeugenlijnen is de laatste jaren behoorlijk veranderd met als gevolg dat de moderne (opfok)zeug veel magerder is geworden. De genetische veranderingen hebben ervoor gezorgd dat de moderne zeug gemakkelijker spier aanzet en minder gemakkelijk spek. Dit spek is met name belangrijk als energiereserve die de zeug nodig heeft om in de kraamstal melk te kunnen geven. In de kraamstal kan de zeug ‘nooit’ voldoende lactovoer opnemen om 13-14 biggen te zogen en deze met een goed gewicht te spenen. Om dit te kunnen bereiken is een voeropname nodig van circa 10 kg lactovoer per dag. Daarnaast is spek ook van belang voor weerstand.

De basis voor een goede levensproductie – voldoende biggen per worp en een lange levensduur – is een goed ontwikkelde opfokzeug met voldoende gewicht en spekdikte. Een goed ontwikkelde opfokzeug heeft minder conditieverlies tijdens de zoogperiode na de eerste worp. Dit staat in relatie tot betere  reproductieresultaten gedurende de tweede worp. De kans op het second liter syndroom (2de worps dip) wordt verkleind.