Menu

Zo voorkomt u tweedeworpsdip

20-5-2020
Zo voorkomt u tweedeworpsdip

Bij een tweedeworpsdip blijft de productie van tweedeworpszeugen achter bij de productie van eersteworpsdieren. Dit uit zich in een langere interval, een lager afbigpercentage en duidelijk lager totaal aantal geboren biggen in de tweede worp.

Dit probleem komt naar schatting op zeker 50% van de zeugenbedrijven voor. Een lager aantal levend geboren biggen van meer dan één big is geen uitzondering. Op meerdere bedrijven werkt het zelfs door in de derde worp. Op bedrijfsniveau kan de productie met wel 0,5 gespeende big per zeug achterblijven. Bij een bedrijfsomvang van 600 zeugen betekent dit een omzetverlies tot wel € 15.000 per jaar.     

Wat kunnen we er tegen doen?

  • Management
    Naast gewicht en leeftijd is de spekdikte van belang. Bij de eerste inseminatie van opfokzeugen dient deze 11 tot 14 mm te zijn. Gelten moeten in de dracht minimaal 65 kg groeien. Als het gewichtsverlies in de kraamstal meer dan 12% netto is heeft dit nadelige gevolgen voor de volgende worp.  
  • Voeding
    De juiste voeding en voerschema van opfokzeugen en dragende gelten bepalen voor een groot deel de toekomstige productie van deze dieren. Het goed en juist voeren van eersteworpszeugen in de kraamstal is een uitdaging. Een snelle manier om te kijken of u voldoende lactovoer voert is om het aandeel lactovoer per zeug ten opzichte van het drachtvoer te bepalen. Een goede verhouding is 1/3 lacto- en 2/3 drachtvoer.

Rekenvoorbeeld:
28 kraamdagen x 6 kg voer = 168 kg (180 EW) x 2,40 (worpindex) = 400 kg x 3 = 1.200 kg zeugenvoer.
Indien hier 75 kg toomgroei mee wordt behaald dan ligt de negatieve energie balans op 180/75 = 2,4.

Als de negatieve energiebalans lager is dan 2,4 zal er sprake zijn van teveel conditieverlies in de kraamstal wat kan leiden tot een tweedeworpsdip.

Oplossing: maatwerk
Om het tweedeworpssyndroom op te lossen is maatwerk nodig. Er dient een gedegen analyse van kengetallen gemaakt te worden. Daarnaast is inzicht in gewichten en spek/spier-verhoudingen noodzakelijk. AgruniekRijnvallei kan met een scala aan meetapparatuur, voeders, voerschema’s en kennis een advies op maat voor uw bedrijf verzorgen .