Menu

Bovengemiddelde prestaties TN50-zeugen

21-4-2021
Bovengemiddelde prestaties TN50-zeugen

Biggenvermeerderaars Rick en Jozef Sesink scoren met hun TN50-zeugen een bovengemiddeld aantal levend geboren biggen met weinig uitval. Het wegen van de zeugen draagt daar zeker aan bij.

Rick Sesink (31) uit Steenderen heeft een maatschap met zijn ouders Jozef (60) en Linda (57). Ze houden 590 zeugen, inclusief 50 opfokzeugen. Ze hebben ook nog 18 hectare akkerland die ze verhuren aan een buurman.

Afstemmen voeding op conditie
Op aanraden van AR varkensspecialist Marcel Schennink zijn ze een paar jaar geleden gestart met het wegen van de zeugen en het meten van de spekdikte om meer zicht te krijgen op de conditie van de zeugen en de voeding hierop af stemmen. Dit met het uiteindelijke doel meer biggen af te leveren en zo een beter saldo te realiseren. Uit de benchmark blijkt dat dit gelukt is.

Spekdikte behoorlijk stabiel
Tegelijk met het insemineren van de zeugen meet Rick hun spekdikte. Die is tamelijk constant, rond de 13 millimeter. Rick: “Als de spekdikte te veel afwijkt is er iets aan de hand.” Voor binnenkomst in de dragende zeugenstal en bij het verplaatsen naar de kraamstal worden de zeugen gewogen. Een opfokzeug moet bij binnenkomst in de dragende zeugenstal tussen de 160 en 175 kilogram wegen. “Bij een lager of een hoger gewicht kun je minder biggen verwachten. Oudere zeugen moeten per dracht 70 tot 75 kilogram groeien voor de meeste biggen”, vertelt Rick. Twee keer per jaar vindt er overleg plaats met Topigs Norsvin en AR over de interpretatie van de wegingen.

Drie voercurves
De dragende zeugen worden op basis van hun gewicht ingedeeld in groepen van zes en daar wordt per groep de voercurve op aangepast. Sesink hanteert drie voercurves: één voor drachtige gelten, één voor jonge en lichte zeugen en één voor oudere en zwaardere zeugen. Dragende zeugen krijgen Maxima Structo Dracht, lacterende zeugen  krijgen in het kraamhok Maxima Structo Lac en zeugen in de dekstal krijgen Maxima Structo Flush.

Bovengemiddelde prestaties
De zeugen hebben TN50 genetica. “De TN50 is een gemakkelijke, rustige, vitale zeug”, aldus Rick. “Ze vragen weinig arbeid. Ze staan erom bekend dat ze niet het hoogste aantal biggen leveren maar bij ons presteren ze  bovengemiddeld.” Alle biggen hebben een Tempo Robusta beer als vader. Over de afgelopen twaalf maanden was het gemiddeld aantal geboren biggen per worp 15,7 en het gemiddeld aantal levend geboren biggen 14,5. Er worden actief biggen overgelegd en doorgeschoven. “Dat helpt om uniforme koppels zware biggen te krijgen”, aldus Rick. De biggen krijgen vanaf zeven tot tien dagen leeftijd tot een week voor het spenen AR Prestarter Maxima, daarna tot tien dagen na spenen Speen Maxima, daarna tot ongeveer 17 kilogram lichaamsgewicht Babybig Maxima en daarna tot afleveren Maxima 1.

Zeer lage uitval
Elke donderdag worden biggen gespeend, gemiddeld op een leeftijd van 26,1 dagen. Gemiddeld over de afgelopen twaalf maanden speende Sesink 31,9 biggen per zeug en leverde 31,6 biggen per zeug af. De uitval voor spenen was 9,3 procent en na spenen 1,1 procent. Naar grote tevredenheid van de afnemers worden de biggen op een leeftijd van ongeveer 65 dagen en een gemiddeld gewicht van 25 tot 26 kilogram afgeleverd.