Dit houdt in dat minimaal 80% van het bouwland op kleigrond in de periode van 1 augustus tot en met 30 november gedurende ten minste 8 weken bedekt moet zijn.
Mogelijkheden voor bodembedekking
De bodembedekking kan worden ingevuld door een hoofdteelt die in deze periode blijft staan, een ingezaaid vanggewas/groenbemester, een wintergewas, stoppels of mulchen en/of plantenresten.
Praktische invulling
In de praktijk betekent dit dat het bij een vroege maisoogst mogelijk is om de stoppel te laten staan tot ten minste 26 september (8 weken vanaf 1 augustus) en de grond daarna pas te bewerken.
Ook na de graanoogst kan de stoppel tot ten minste 26 september blijven staan. In veel gevallen zal echter gekozen worden voor de inzaai van een vanggewas dat na 1 augustus minimaal 8 weken blijft staan, voordat het wordt ondergewerkt.
Opsplitsen periode
De verplichte periode van 8 weken hoeft niet aaneengesloten te zijn en mag worden opgesplitst. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn wanneer de hoofdteelt of het vanggewas eind augustus wordt geoogst/ondergewerkt en vervolgens een winterteelt wordt ingezaaid.
Voorbeeld:
Wanneer een vanggewas op 1 september wordt ondergewerkt is al 4 weken bodembedekking ingevuld. De volgteelt moet dan uiterlijk 4 weken vóór 30 november (dus 1 november) worden ingezaaid om in totaal aan de vereiste 8 weken bodembedekking te kunnen voldoen.
Geen minimale bedekking per perceel
Minimaal 80% van het bouwland van een bedrijf moet bedekt zijn, maar er is geen minimale bedekking op perceelsniveau. Bij het laten staan van maisstoppels wordt bijvoorbeeld geen 80% bedekking van de bodem behaald. Op dit moment is niet bekend onder welke voorwaarden plantenresten na bijvoorbeeld de oogst van uien of aardappels voldoen aan de bedekkingseis.
Combineren
Het is mogelijk om verschillende vormen van bodembedekking te combineren, zolang minimaal 80% van het bouwland aan de voorwaarde voldoet.
Voorbeeld 1:
20 ha mais op kleigrond:
10 ha wordt op 15 september geoogst. De percelen worden pas na 1 oktober bewerkt.
10 ha wordt na 1 oktober geoogst en direct na de oogst bewerkt.
Alle percelen voldoen aan de vereisten voor minimale bodembedekking.
Voorbeeld 2:
20 ha wintertarwe op kleigrond, 25 juli geoogst:
10 ha blijft de stoppel staan tot 1 oktober, waarna de percelen worden bewerkt.
10 ha wordt aansluitend aan de oogst een vanggewas ingezaaid dat na 1 oktober wordt ondergewerkt.
Alle percelen voldoen aan de vereisten voor minimale bodembedekking.
Voorbeeld 3:
10 ha aardappelen op kleigrond, 1 september geoogst en bewerkt:
8 ha wordt op 1 november wintertarwe ingezaaid.
2 ha wordt geen nieuwe teelt ingezaaid.
80% van het bouwland is 8 weken bedekt. Het bedrijf voldoet daarmee aan de vereisten voor minimale bodembedekking.
Meer informatie
De specialisten van AR Bedrijfsontwikkeling staan je graag terzijde met de complete puzzel. Mail naar info@ar-bedrijfsontwikkeling.nl, dan neemt een van de specialisten contact met je op. Liever bellen? Dat kan via 0317-499500 en dan kom je direct in contact met één van de specialisten.
Verwante berichten:
GLB en controle eco-activiteiten
Voorkom korting van GLB-subsidie
Rustgewas en vanggewas op zand en löss: schakel op tijd!