Op de voormalige derogatiebedrijven zal de wijze van bemesten gaan wijzigen vanaf 2026. De ruimte voor stikstof uit dierlijke mest wordt minder. Daarentegen wordt fosfaatkunstmest weer mogelijk. Het vervallen van de 80% graslandeis kan leiden tot verschuiving naar bouwland en dat heeft weer effect op de fosfaatruimte en GLMC-eisen. Grondmonsters voor fosfaatdifferentiatie kunnen weer extra ruimte geven.
Fosfaatdifferentiatie
Vanaf 2026 hoeven landbouwbedrijven niet meer verplicht voor alle percelen geldige grondmonsters te hebben voor het bemestingsplan (derogatie). Wie gebruik wil blijven maken van fosfaatdifferentiatie, heeft nog steeds geldige grondmonsters nodig. Dit geldt voor zowel standaard als gestratificeerde monsters.
Met fosfaatdifferentiatie kunnen landbouwbedrijven meer of minder fosfaat gebruiken afhankelijk van de werkelijke fosfaattoestand van de bodem. Die toestand wordt uitsluitend vastgesteld via grondmonsters. Grondmonsters voor fosfaatdifferentiatie mogen op 15 mei 2026 niet ouder zijn dan 4 jaar (bemonsterd vanaf 16 mei 2022).
Inzet van (fosfaat)kunstmest
Met de afschaffing van derogatie wordt de norm voor dierlijke stikstof verlaagd tot maximaal 170 kg N, maar de totale stikstofnorm blijft gelijk. Daardoor ontstaat ruimte voor stikstof uit kunstmest en overige mest.
Met het afschaffen van derogatie verdwijnt ook het verbod op fosfaatkunstmest voor die bedrijven. Hiermee kunnen fosfaattekorten bij lage P-gronden gerichter, sneller en nauwkeuriger worden bijgestuurd. Ook de inzet als rijenbemesting of startfosfaat (bijvoorbeeld bij nieuw grasland) is daarmee gerichter mogelijk.
Verschuiving van grasland naar bouwland
De afschaffing van derogatie kan leiden tot verschuiving van grasland naar bouwland. Extra bouwland kan soms voordeliger zijn, maar heeft ook een keerzijde. Aandachtspunten zijn:
- Bouwland heeft minder fosfaatplaatsingsruimte. Een rundveebedrijf dat onder de 70% grasland komt, kan afhankelijk van de fosfaattoestand, minder eigen mest plaatsen.
- Met een verminderde fosfaatplaatsingsruimte kun je mogelijk niet meer voldoen aan het vereiste dat je voor boer-boer transport minimaal 75% van de fosfaatproductie op eigen grond moet kunnen plaatsen.
- Het aandeel mestverwerkingsplicht verhoogt bij verminderde plaatsingsruimte
- De vrijstelling voor gewasrotatie vervalt in veel gevallen bij minder dan 75% grasland (GLMC 7)
Heb je gronden met een lagere P-toestand, dan kun je met fosfaatdifferentiatie deze fosfaatruimte verhogen, waardoor je enerzijds meer mest kunt plaatsen, maar dus ook gemakkelijker kunt voldoen aan de eisen voor boer-boer transport.
Bouwplan en bemestingsplan
Het hebben van een goed bouwplan en bemestingsplan is dit jaar meer dan ooit een lastige puzzel, omdat er met meer facetten rekening moet worden gehouden. Niet alleen goede opbrengsten en goed ruwvoer zijn bepalend, maar ook mestplaatsing en eisen betreffende gewasrotatie en rustgewassen (GLMC 7) spelen een rol. Eventuele eco-activiteiten voor de GLB-subsidie maken de puzzel compleet.
Meer informatie
De specialisten van AR Bedrijfsontwikkeling staan je graag terzijde met de complete puzzel. Mail naar info@ar-bedrijfsontwikkeling.nl dan neemt een van de specialisten contact met je op. Liever bellen? Dat kan via 0317-499500 en dan kom je direct in contact met één van de specialisten.
Verwante berichten
Uitstel mestregels 8e actieprogramma en excretienormen
Mestboekhouding: verplicht en waardevol
Rustgewas en vanggewas op zand en löss
Gewasrotatie en rustgewas met voorbeelden