Al jaren werkten zij volgens het frisse-neuzenprincipe, waarbij verse lucht via een buis direct bij de kop van de zeug binnenkomt. Dit systeem zorgt voor voldoende zuurstof en een frisse stalomgeving.
Aanleiding voor verbetering
In de praktijk merkten ze dat de lucht soms vrij direct het hok in kwam. Dat had twee effecten:
- Zeugen lagen regelmatig in een vrij koude luchtstroom, wat voor extra onrust kon zorgen.
- Een deel van de koude lucht kwam in het biggennest terecht, waardoor de temperatuur daar minder stabiel was.