De warme maanden brengen risico’s met zich mee voor varkens. Hittestress kan leiden tot een lagere voeropname, verminderde groei, daling in melkproductie, vruchtbaarheidsproblemen en in sommige gevallen zelfs uitval. Een goede voorbereiding helpt om deze effecten te beperken.
Daarom is het belangrijk om ventilatie, koeling, water, voeding en management tijdig op orde te hebben, vóórdat de eerste warme periode zich aandient.
1. Ventilatie en koeling: de basis op orde
Een goed stalklimaat is de eerste stap in het beperken van hittestress. Zonder voldoende ventilatie en effectieve koeling kan de temperatuur snel oplopen, met directe gevolgen voor dierprestaties.
Belangrijke aandachtspunten:
- Reinig en controleer ventilatoren, vervuiling kan de capaciteit aanzienlijk verlagen
- Kalibreer voelers en sensoren voor een juiste temperatuurregistratie
- Zorg dat luchtinlaten vrij zijn van obstakels
- Schakel ventilatie tijdig op, bij voorkeur al vanaf 22–24°C
Bij aanhoudende warmte is aanvullende koeling noodzakelijk. Afhankelijk van het staltype kun je denken aan:
- Hogedruknevel: verlaagt de gevoelstemperatuur met 3 - 8°C zonder natte vloeren.
- Vloerkoeling: essentieel in kraamstallen om melkproductie op peil te houden.
- Airconditioning: met als groot voordeel dat de luchtvochtigheid laag blijft.
- Nachtventilatie: gratis koeling die elke stal frisser de dag in laat gaan.
2. Water: essentieel tijdens warme dagen
Bij warm weer neemt de waterbehoefte van varkens sterk toe, tot wel 50%. Een goede watervoorziening is dan cruciaal voor het behoud van voeropname en diergezondheid.
Controleer daarom:
- De doorstroomcapaciteit:
- Zeugen: 4 - 6 liter/minuut
- Vleesvarkens: 1 - 2 liter/minuut
- Biggen: 0,5 - 1 liter/minuut
- Spoel leidingen regelmatig om opwarming en bacteriegroei te voorkomen
- Zorg voor voldoende drinkpunten, zeker in groepen met rangordeverschillen
- Houd de watertemperatuur in de gaten, te warm water remt de opname
3. Voeding: inspelen op lagere opname
Bij stijgende temperaturen daalt de voeropname. Daardoor komt groei, vruchtbaarheid en melkproductie onder druk te staan. Door het rantsoen hierop aan te passen, kun je de negatieve effecten beperken.
Denk aan:
- Voeren op de koelste momenten van de dag (vroeg in de ochtend of laat in de avond)
- Verhogen van de energiedichtheid, bijvoorbeeld met vetten
- Verlagen van het ruw eiwitgehalte om warmteproductie te beperken
- Controleren van vetten en oliën op kwaliteit en versheid, zeker in de zomermaanden
Bij brijvoeding kan het sturen op droogstof en temperatuur helpen om de opname te verbeteren.
4. Ondersteuning met toevoegingen
Tijdens warme periodes kunnen aanvullende producten helpen om dieren beter door de hitte te laten komen. Zorg dat deze producten op voorraad staan of bestel ze op tijd.
- Elektrolyten ondersteunen de vochtbalans
- Organische zuren dragen bij aan wateropname en darmgezondheid
- Vitamine E en selenium helpen bij het beperken van oxidatieve stress
- Vitamine C kan met name bij zeugen ondersteuning bieden
Start bij voorkeur al vóór een warme periode met deze aanvullingen, het liefst 1 tot 2 dagen voor de hitte.
Op tijd voorbereiden maakt het verschil
Hoge temperaturen komen steeds vaker en houden langer aan. Door nu de juiste maatregelen te nemen, voorkom je problemen op het moment dat het er echt toe doet. Wil je zeker weten dat jouw bedrijf goed voorbereid is op warme periodes? Neem contact op met je specialist en voorkom verrassingen bij de eerste hitte.