Menu

Welke grond telt mee voor betalingsrechten en mestbeleid?

15-3-2019

Nog altijd is er veel discussie over landbouwgronden. Tellen ze nu wel of niet mee voor betalingsrechten? En hoe worden ze meegerekend in het mestbeleid? Bij het invullen van de Gecombineerde opgave en de perceelsregistratie kunt u op deze vragen stuiten.

De regels zijn in 2019 weer gewijzigd. Bij puur landbouwgrond is het vaak wel duidelijk of de grond wel of niet meetelt. Bij natuurbeheer, ruiger grasland of dijken worden de grenzen vager.

Gewascode en betalingsrechten
Bij de Gecombineerde opgave worden per perceel gewascodes opgegeven. Let op: deze gewascodes zeggen wel iets over betalingsrechten, maar niets over mestbeleid. De gangbare gewascodes voor blijvend grasland (265) en tijdelijk grasland (266) zijn niet veranderd. Als de grasproductie lager is dan 5 ton droge stof per jaar en er zijn normale landbouwactiviteiten dan is er sprake van gewascode 331. Betalingsrechten kunnen worden aangevraagd op gewascodes 265, 266 en 331. Is er geen sprake van landbouwactiviteit op de grond - er wordt bijvoorbeeld niet gemaaid, of de grond bestaat uit meer dan 50% ruigten - dan is er geen recht op betalingsrechten (gewascode 332). Gewascode 336 is komen te vervallen. Een uitgebreidere uitleg vindt u op de site van RVO. In het schema gewascodes kunt u zien onder welke gewascode het grasland valt.

Mestbeleid heeft eigen regels
Landbouwgrond die subsidiabel is voor betalingsrechten hoeft niet altijd in aanmerking te komen voor de gebruiksruimte mest, derogatie, Verantwoorde groei melkveehouderij en de mestverwerkingsplicht. Gewascodes zeggen niets over het mestbeleid. Met name natuurgrond en dijken worden niet altijd tot landbouwgrond gerekend.

Natuurgrond
Wanneer er sprake is van een beheersregime voor natuur dat een aanmerkelijke inperking van de landbouwactiviteit en het daarmee samenhangend gebruik van meststoffen met zich meebrengt, dan wordt deze grond over het algemeen niet aangemerkt als landbouwgrond, maar als natuurterrein. Dat geldt ook voor gronden met een N-type (uitgezonderd N00.01 & N00.02). Dan telt de grond wel mee voor de berekening van mestverwerking en grondgebondenheid, maar niet voor de gebruiksnormen en derogatie. Dit kan bijvoorbeeld grond zijn van natuurbeschermingsorganisaties als Staatsbosbeheer, waarbij in de pachtovereenkomst het mestgebruik is vastgelegd. Als er niets is vermeld over dit grasland, dan geldt maximaal 70 kg fosfaat en 170 kg stikstof.

Waterkering
Zijn er voorwaarden gesteld aan beweiden, bemesten en maaien op een primaire waterkering? Dan behoort een primaire waterkering niet tot de oppervlakte landbouwgrond van het bedrijf omdat de landbouwer niet de feitelijke beschikkingsmacht heeft. Deze grond wordt dan niet beschouwd als landbouwgrond, maar als ‘primaire waterkering’. Deze grond telt niet mee voor derogatie en gebruiksnormen, maar wel voor mestverwerking en grondgebondenheid. Als er geen pachtcontract of gebruiksovereenkomst is, dan is de maximale bemesting 80 kg fosfaat 170 kg stikstof.

Meer info
Dit artikel is een verkorte, praktische samenvatting. Voor de volledige regels verwijzen we u naar de regelgeving en de site van RVO. Voor ondersteuning bij de Gecombineerde opgave of voor mestadvisering kunt u contact opnemen met een van de specialisten van AR Bedrijfsontwikkeling of een mail sturen naar info@ar-bedrijfsontwikkeling.nl.

Afbeelding: Logo_Bedrijfsontwikkeling_FC