We zijn gewend om kritisch te kijken naar voer, additieven en genetica, maar wat als juist water het verschil maakt tussen suboptimale en topresultaten?
Slechte waterkwaliteit en een lage wateropname lijken onschuldig, maar de gevolgen kunnen groot zijn:
diarree en een verminderde weerstand
een lagere voeropname
tegenvallende groei
en verstopping van leidingen door vervuiling
Kwaliteit én kwantiteit maken het verschil
Zuiver water gaat niet alleen over wat er uit de bron komt (IKB-uitslag), maar vooral over wat er bij het dier aankomt. Juist in de stal ontstaat vaak vervuiling door biofilm in de leidingen. Water kan er helder uitzien en toch slecht van kwaliteit zijn. Daarnaast is de kwantiteit essentieel: kunnen de varkens snel en voldoende water opnemen? Een te lage nippelopbrengst, vooral wanneer meerdere dieren tegelijk drinken, remt direct de voeropname.
Spenen: het kritieke kantelpunt
Een van de gevoeligste fases is het spenen van de biggen. In de kraamstal krijgen biggen in de laatste dagen 0,8–1,0 liter vocht via melk en bij-opname. Na het spenen moet dit volledig uit drinkwater komen. Dat is een flinke omschakeling voor de biggen en wanneer de kwaliteit of kwantiteit te wensen overlaat kan dit leiden tot een te lage wateropname met alle gevolgen van dien. Want: een big die niet drinkt, gaat niet vreten. En een big die niet vreet, loopt risico op darmschade en latere problemen zodra de voeropname wel start.
Oorzaken
Een slechte wateropname kan komen doordat het water niet vers genoeg is (leidingen hebben stilgestaan in een opgewarmde afdeling, er te weinig drinkpunten zijn (1 nippel per 10 biggen is direct na spenen simpelweg te krap) of een slechte bereikbaarheid van de nippels.
Wat kun je hieraan doen?
Laat de nippels vooraf doorstromen
Werk tijdelijk met open drinkbakken (vaak verversen!)
Hanteer direct na het spenen minimaal 1 drinkpunt per 5 biggen
Tip: controleer op het juiste moment
Controleer de nippels wanneer de varkens actief zijn. Juist dan kan de druk wegvallen en blijkt de opbrengst onvoldoende.
Goed watermanagement begint met fysieke controle
Spoel de leidingen door met hoge druk
Reinig de leidingen tijdens de leegstand met waterstofperoxide
Vergeet verticale leidingen en dode stukken niet
Spoel altijd goed na om los vuil te verwijderen
Kortom, watermanagement is geen detail
Maak water een vast onderdeel van je totaalaanpak, samen met je voeradviseur. Een simpele controle helpt je al op weg: laat het water in een witte emmer lopen. Wat je ziet, zegt vaak al genoeg. En de ultieme reality check: durf jij het water te drinken dat uit de leiding bij je varkens komt?
Wil je een betere diergezondheid, een hogere voeropname en meer rendement?
Dan begint dat misschien niet bij het voer, maar bij het water.