Wat zeker is: onder het nieuwe Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) sta jij aan de bal voor een goede opslag. Fouten kosten tijd en geld. Met dit concrete stappenplan neem je direct de leiding, voorkom je overtredingen en regel je de aanpassing of nieuwbouw in één keer goed.
Stap 1: Bepaal hoeveel en hoe lang je mest opslaat
Voordat je iets indient of bouwt, moet je de omvang en duur van de opslag helder hebben.
Sla je mest korter dan 2 weken op dezelfde plek op? Je hoeft niets te doen (behalve de algemene zorgplicht naleven).
Sla je mest langer dan 2 weken op en gaat het om meer dan 3 m³? Dan moet je voldoen als de regels van mestopslag.
Bepaal het volume:
Ga je minder dan 600 m³ opslaan? Alleen feitelijk volume doorgeven
Ga je meer dan 600 m³ op te slaan? De maximale capaciteit van je opslagvoorziening melden.
Let bij de plaatsbepaling op een goede routing binnen het bedrijf.
Stap 2: Regel de melding of vergunning (minimaal 4 weken vooraf)
Ga je een nieuwe opslag (voor vaste mest, kuilvoer of vaste bijvoermiddelen) in gebruik nemen of ingrijpend veranderen? Dien minimaal 4 weken voordat je start met opslaan of verbouwen een melding in of vraag tijdig een vergunning aan via het Omgevingsloket. Je adviseur kan daarbij helpen.
Stap 3: Richt de opslaglocatie bodemveilig in
De verplichte certificering (BRL) voor vloeren is vervallen. Het gaat de overheid nu puur om het resultaat: er mag geen sap in de bodem trekken.
Vaste mestopslag
Zorg voor een aaneengesloten bodemvoorziening, bijvoorbeeld een betonvloer, gekitte stelcon- of betonplaten, of asfalt.
Richt de vloer zo in dat alle vrijkomende sappen direct worden opgevangen en niet weglopen, bijvoorbeeld door een degelijke afvoer te maken naar de gierkelder.
Tijdelijke opslag van mest op het land (maximaal 6 maanden)
Leg eerst een voldoende absorberende onderlaag aan (zoals een dikke laag stro) op de kale grond.
Dek de mest direct af met een zeil bijvoorbeeld, zodat inregenen onmogelijk is.
Specifiek voor gedroogde pluimveemest
Sla dit bij voorkeur op in een goed geventileerd gebouw (tegen condens) op een vaste vloer.
Alternatief: Sla het op in een afgedekte container, deze moet minimaal eens per 2 weken wordt afgevoerd.
Kuilvoeropslag
Zorg voor een elementen bodemvoorziening, bijvoorbeeld stelcon- of betonplaten, maar degelijke tegels en klinkers mogen ook.
Richt de vloer zo in dat alle vrijkomende sappen direct worden opgevangen en niet weglopen, bijvoorbeeld door een degelijke afvoer naar de gierkelder.
Gaat het om opslag van kuilvoer in wikkelbalen, dan is een elementen bodemvoorziening niet verplicht.
Stap 4: Logboek starten en bijhouden
Bij elke bodemvoorziening (zoals een betonvloer of opvangput) ben je verplicht vanaf dag 1 een logboek bij te houden. Maak een logboek (digitaal of papier/map) en noteer periodiek de onderstaande handelingen. De eerste keer is bij opstart, daarna bijvoorbeeld jaarlijks als de opslag leeg is. Het gaan om de volgende handelingen:
Datum van de visuele beoordeling.
De staat van de vloer/opvang, zoals scheuren of lekkages (maak en bewaar hiervan foto’s).
Uitgevoerd onderhoud of eventuele reparaties.
Stap 5: Breng je waterhuishouding op orde
Sappen en afvalwater mogen absoluut niet weglopen in de sloot of bodem.
Actuele riooltekening: zorg dat er een actuele plattegrond op het bedrijf aanwezig is waarop exact te zien is:
Welk type afvalwater waar wordt geloosd.
Welke lozingspunten zijn aangesloten op het vuilwaterriool en welke op het schoonwaterriool.
Waar deze rioolstelsels uiteindelijk op uitkomen.
Voer sappen correct af. Worden de perssappen opgevangen in de mestput, dan worden deze als mest uitgereden. Bij een separate opvang draag je zorg voor het gelijkmatig uitrijden over landbouwgronden. Een andere lozingsroute mag alleen als je hiervoor een maatwerkvoorschrift of omgevingsvergunning hebt.
Stap 6: Check de lokale afstandsnormen bij de gemeente
De vaste landelijke afstanden zijn vervallen en staan nu in het gemeentelijke omgevingsplan. Dit betekent dat de regels per regio kunnen verschillen.
Mestopslag: Als vuistregel houd je minimaal 50 meter afstand tot woningen buiten de bebouwde kom en 100 meter tot woningen binnen de bebouwde kom.
Kuilvoeropslag: Als vuistregel houd je minimaal 25 meter afstand tot woningen bij een afgedekte opslag en 50 meter afstand tot woningen bij een niet-afgedekte opslag.
Omdat plaatselijke geurregels en afstandsnormen kunnen afwijken van de vuistregel, adviseren we om het plaatselijke omgevingsplan te controleren.
Meer informatie
De specialisten van AR Bedrijfsontwikkeling staan je graag terzijde. Mail naar info@ar-bedrijfsontwikkeling.nl, dan neemt een van de specialisten contact met je op. Liever bellen? Dat kan via 0317-499500 en dan kom je direct in contact met één van de specialisten.