Bedrijfsontwikkeling
Oogst en bewaren
1 oktober 2026

Waar moet een opslag van vaste mest of kuilvoer aan voldoen?

Je wilt het liefst je mouwen opstropen om aan de slag te gaan, maar de wet- en regelgeving rondom opslag van kuilvoer en vaste mest kan een flinke doolhof zijn.

Wat zeker is: onder het nieuwe Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) sta jij aan de bal voor een goede opslag. Fouten kosten tijd en geld. Met dit concrete stappenplan neem je direct de leiding, voorkom je overtredingen en regel je de aanpassing of nieuwbouw in één keer goed.

 

Stap 1: Bepaal hoeveel en hoe lang je mest opslaat 

Voordat je iets indient of bouwt, moet je de omvang en duur van de opslag helder hebben. 

  • Sla je mest korter dan 2 weken op dezelfde plek op? Je hoeft niets te doen (behalve de algemene zorgplicht naleven). 

  • Sla je mest langer dan 2 weken op en gaat het om meer dan 3 m³? Dan moet je voldoen als de regels van mestopslag.

  • Bepaal het volume:

    • Ga je minder dan 600 m³ opslaan? Alleen feitelijk volume doorgeven 

    • Ga je meer dan 600 m³ op te slaan? De maximale capaciteit van je opslagvoorziening melden.

  • Let bij de plaatsbepaling op een goede routing binnen het bedrijf.

 

Stap 2: Regel de melding of vergunning (minimaal 4 weken vooraf) 

Ga je een nieuwe opslag (voor vaste mest, kuilvoer of vaste bijvoermiddelen) in gebruik nemen of ingrijpend veranderen? Dien minimaal 4 weken voordat je start met opslaan of verbouwen een melding in of vraag tijdig een vergunning aan via het Omgevingsloket. Je adviseur kan daarbij helpen.

 

Stap 3: Richt de opslaglocatie bodemveilig in 

De verplichte certificering (BRL) voor vloeren is vervallen. Het gaat de overheid nu puur om het resultaat: er mag geen sap in de bodem trekken. 

  • Vaste mestopslag 

    • Zorg voor een aaneengesloten bodemvoorziening, bijvoorbeeld een betonvloer, gekitte stelcon- of betonplaten, of asfalt. 

    • Richt de vloer zo in dat alle vrijkomende sappen direct worden opgevangen en niet weglopen, bijvoorbeeld door een degelijke afvoer te maken naar de gierkelder.

  • Tijdelijke opslag van mest op het land (maximaal 6 maanden) 

    • Leg eerst een voldoende absorberende onderlaag aan (zoals een dikke laag stro) op de kale grond. 

    • Dek de mest direct af met een zeil bijvoorbeeld, zodat inregenen onmogelijk is. 

  • Specifiek voor gedroogde pluimveemest

    • Sla dit bij voorkeur op in een goed geventileerd gebouw (tegen condens) op een vaste vloer. 

    • Alternatief: Sla het op in een afgedekte container, deze moet minimaal eens per 2 weken wordt afgevoerd. 

  • Kuilvoeropslag 

    • Zorg voor een elementen bodemvoorziening, bijvoorbeeld stelcon- of betonplaten, maar degelijke tegels en klinkers mogen ook. 

    • Richt de vloer zo in dat alle vrijkomende sappen direct worden opgevangen en niet weglopen, bijvoorbeeld door een degelijke afvoer naar de gierkelder. 

    • Gaat het om opslag van kuilvoer in wikkelbalen, dan is een elementen bodemvoorziening niet verplicht. 

 

Stap 4: Logboek starten en bijhouden 

Bij elke bodemvoorziening (zoals een betonvloer of opvangput) ben je verplicht vanaf dag 1 een logboek bij te houden. Maak een logboek (digitaal of papier/map) en noteer periodiek de onderstaande handelingen. De eerste keer is bij opstart, daarna bijvoorbeeld jaarlijks als de opslag leeg is. Het gaan om de volgende handelingen:

  • Datum van de visuele beoordeling. 

  • De staat van de vloer/opvang, zoals scheuren of lekkages (maak en bewaar hiervan foto’s). 

  • Uitgevoerd onderhoud of eventuele reparaties. 

 

Stap 5: Breng je waterhuishouding op orde 

Sappen en afvalwater mogen absoluut niet weglopen in de sloot of bodem.

  • Actuele riooltekening: zorg dat er een actuele plattegrond op het bedrijf aanwezig is waarop exact te zien is: 

    • Welk type afvalwater waar wordt geloosd. 

    • Welke lozingspunten zijn aangesloten op het vuilwaterriool en welke op het schoonwaterriool. 

    • Waar deze rioolstelsels uiteindelijk op uitkomen. 

  • Voer sappen correct af. Worden de perssappen opgevangen in de mestput, dan worden deze als mest uitgereden. Bij een separate opvang draag je zorg voor het gelijkmatig uitrijden over landbouwgronden. Een andere lozingsroute mag alleen als je hiervoor een maatwerkvoorschrift of omgevingsvergunning hebt. 

 

Stap 6: Check de lokale afstandsnormen bij de gemeente 

De vaste landelijke afstanden zijn vervallen en staan nu in het gemeentelijke omgevingsplan. Dit betekent dat de regels per regio kunnen verschillen. 

  • Mestopslag: Als vuistregel houd je minimaal 50 meter afstand tot woningen buiten de bebouwde kom en 100 meter tot woningen binnen de bebouwde kom. 

  • Kuilvoeropslag: Als vuistregel houd je minimaal 25 meter afstand tot woningen bij een afgedekte opslag en 50 meter afstand tot woningen bij een niet-afgedekte opslag. 

  • Omdat plaatselijke geurregels en afstandsnormen kunnen afwijken van de vuistregel, adviseren we om het plaatselijke omgevingsplan te controleren.

Meer informatie

De specialisten van AR Bedrijfsontwikkeling staan je graag terzijde. Mail naar info@ar-bedrijfsontwikkeling.nl, dan neemt een van de specialisten contact met je op. Liever bellen? Dat kan via 0317-499500 en dan kom je direct in contact met één van de specialisten.

Onze adviseurs bedrijfsontwikkeling

Onze adviseurs ondersteunen je graag bij het realiseren van je toekomstplannen - van vergunning tot bouw. Ook op het gebied van mest, mineralen en productierechten geven zij advies.

Harold Vogels
Adviseur bedrijfsontwikkeling
Foto Harold Vogels
Foto Harold Vogels
Contact met
Harold Vogels
Adviseur bedrijfsontwikkeling
Dik-Jaap Wentink
Adviseur bedrijfsontwikkeling
Foto Dik-Jaap Wentink
Foto Dik-Jaap Wentink
Contact met
Dik-Jaap Wentink
Adviseur bedrijfsontwikkeling
Niek Fierkens
Adviseur bedrijfsontwikkeling
Foto Niek Fierkens
Foto Niek Fierkens
Contact met
Niek Fierkens
Adviseur bedrijfsontwikkeling
Lieke Westerveld
Adviseur bedrijfsontwikkeling
Foto Lieke Westerveld
Foto Lieke Westerveld
Contact met
Lieke Westerveld
Adviseur bedrijfsontwikkeling
Onze specialisten
Harold