Van nature zoeken leghennen ’s nachts de hoogste plekken in de stal op. In volièrestallen zitten ze daarom vooral boven in het systeem op de zitstokken. Juist daar bevinden ze zich dicht bij de inkomende lucht. Als de ventilatie niet goed is afgesteld, kunnen de hennen langdurig in koude lucht of tocht zitten.
Hennen blijven ondanks tocht op hun zitplaats
Je kunt er niet vanuit gaan dat hennen een plek met tocht vanzelf vermijden. Tijdens de rustperiode blijven ze vaak gewoon op hun vaste zitplaats zitten. Hierdoor kunnen dieren urenlang worden blootgesteld aan koude luchtstromen zonder dat dit direct zichtbaar is. Daar komt bij dat hennen ’s nachts weinig bewegen en daardoor minder warmte produceren. Een verkeerde luchtverdeling of een te lage staltemperatuur kan dan sneller leiden tot afkoeling.
Gezondheidsrisico’s door slecht stalklimaat
Tocht, koude luchtstromen en grote temperatuurschommelingen vragen extra energie van de hen om haar lichaamstemperatuur op peil te houden. Die energie kan ze dan niet gebruiken voor productie en haar immuunsysteem. Een te koude of slecht geventileerde stal vergroot bovendien de kans op luchtwegproblemen en infecties. De gevolgen zie je niet altijd direct. Onrust in het koppel, een lagere productie of oplopende uitval kunnen signalen zijn dat het stalklimaat al langere tijd niet optimaal is.
Controleer juist in de avond het klimaat
Een klimaatregeling die overdag goed werkt, doet dat ’s nachts niet automatisch ook. Controleer daarom regelmatig hoe de lucht zich in de avond- en nachtperiode door de stal beweegt. Let daarbij vooral op de plaatsen waar de dieren rusten. Een rookproef kan helpen om luchtstromen zichtbaar te maken. Daarnaast is het verstandig om zelf op verschillende plaatsen in het systeem te controleren of je tocht voelt. Juist op de plekken waar de hennen slapen moet de binnenkomende lucht voldoende langs het plafond worden gestuurd, zodat deze kan opwarmen voordat zij de dieren bereikt.
Praktische tips voor de pluimveehouder
1. Loop regelmatig een avondronde
Controleer ook na het uitschakelen van de verlichting het klimaat in de stal. Juist dan zitten de dieren op hun slaapplaatsen en worden eventuele tochtproblemen zichtbaar.
2. Controleer de bovenste zitplaatsen
Besteed extra aandacht aan de bovenste etages van het systeem. Hier zitten de dieren vaak het dichtst bij de binnenkomende lucht. Zorg dat de kippen niet in de koude ingaande luchtstroom zitten.
3. Gebruik een rookproef
Maak minimaal enkele keren per jaar gebruik van een rookpatroon of rookgenerator om te controleren of de lucht langs het plafond wordt geleid en niet direct op de dieren terechtkomt. Door het inlaatventiel bij te stellen of de onderdruk aan te passen kan de luchtstroom verbeterd worden.
4. Houd de minimumtemperatuur op peil
Een te lage minimumtemperatuur zorgt vaak voor onrustige ventilatie en grotere temperatuurschommelingen. Kijk kritisch naar de instellingen tijdens koude nachten.
5. Overweeg een nachtcorrectie
Tijdens de nacht produceren hennen minder warmte. Een verhoging van de streeftemperatuur in de nacht kan helpen om het comfort van de dieren te verbeteren en koudestress te voorkomen.
6. Controleer de inlaatventielen
Vuile of verkeerd afgestelde ventielen verstoren de luchtinworp. Controleer regelmatig of alle kleppen goed functioneren en schoon zijn.
7. Monitor de luchtkwaliteit
Let niet alleen op temperatuur, maar ook op luchtvochtigheid, CO2 en ammoniak. Een stal kan warm aanvoelen terwijl de luchtkwaliteit onvoldoende is.
8. Kijk naar het gedrag van de dieren
Hennen geven vaak als eerste aan dat het klimaat niet optimaal is. Dieren die dicht opeen zitten, onrustig op de stok bewegen of veel veren opzetten kunnen wijzen op tocht of kou.
Een goed nachtklimaat betaalt zich terug
Door ook ’s avonds en ’s nachts kritisch naar het stalklimaat te kijken, krijg je sneller zicht op eventuele problemen. Met een goede luchtverdeling, passende instellingen en regelmatige controle zorg je voor meer comfort en rust in het koppel. Dat ondersteunt de gezondheid én de prestaties van je hennen.