Juist bij maisteelt maakt een doordachte grondbewerking het verschil. Met de juiste keuzes leg je de basis voor een sterke start en een optimale opbrengst.
Eerst een grassnede maaien?
Staat er een goed gewas en zijn de weersomstandigheden gunstig, dan wordt er regelmatig eerst een snede gras geoogst, zeker als de voervoorraad daar om vraagt. Houd er rekening mee dat je hiermee waardevolle organische stof en voedingsstoffen voor de mais weghaalt. Daarnaast schuift de grondbewerking dichter naar het zaaimoment, waardoor er minder tijd is om de grasmat goed te vernietigen. Werk je een onvoldoende vernietigde grasmat onder, dan onttrekt deze eerst stikstof om te verteren. Stem je bemesting hier dus op af.
Vernietigen van gras of groenbemester
Voorheen werd de grasmat vaak doodgespoten, wat zorgde voor een snellere vertering van de zode. Dit is niet overal meer toegestaan. Check daarom altijd de voorwaarden van je melkverwerker en de geldende regelgeving. Mechanisch vernietigen kan ook, bijvoorbeeld door te frezen of te schijfeggen en bij hoge onkruiddruk aansluitend te ploegen. Ook spitten is een goed alternatief. Hoe eerder de mineralisatie start, hoe eerder de mais daarvan profiteert. Let er wel op dat de draagkracht van het land voldoende is voordat je het perceel op gaat. Een goed vernietigde graszode levert in het eerste jaar circa 100 kg N, 40 kg P₂O₅ en 95 kg K₂O. Een geslaagde groenbemester levert ongeveer 19 kg N, 11 kg P₂O₅ en 76 kg K₂O. Werk een vanggewas niet te laat onder. Dit belemmert de start van de mais, onttrekt vocht en kan een storende laag veroorzaken. Zorg ervoor dat het gewas volledig vernietigd is, zodat er geen hergroei optreedt na het zaaien.
De juiste pH
Het is belangrijk dat de pH op het perceel in orde is. Hierbij streven we naar een pH van 5,5 op zandgrond en minimaal 6,0 op kleigrond. Als de pH onder de 5 zakt, neemt de beschikbaarheid van stikstof, fosfaat, kalium, zwavel, calcium en borium af. Let op: tussen bekalken en bemesten moet minimaal drie weken zitten.
Optimale zaaibedbereiding
Maak het zaaibed niet te vroeg klaar om uitdroging te voorkomen, zeker op lichte grond. Zorg voor een vlak en strak perceel met een los zaaibed in de bovenste 4 tot 6 cm (tot op zaaidiepte). Zo komt het maiszaad net in de vaste ondergrond te liggen en heeft het voldoende vocht van onderen. De zaaidiepte hangt af van het bodemtype en de hoeveelheid vocht in de bodem. Een verkruimelde toplaag zorgt voor een goede waterhuishouding, voldoende lucht en een snellere opwarming van de bodem. Ook helpt dit bij onkruidbestrijding en het beperken van slakkenvraat. Begin pas met zaaien bij een bodemtemperatuur van minimaal 10°C.
Maismaster Pro
Nu de derogatie is vervallen, mag er weer fosfaat gebruikt worden. Zorg wel voor een recent grondmonster, zodat je niet onnodig in fosfaatklasse ‘hoog’ valt en je ruimte beperkt wordt. Fosfaat stimuleert de wortelgroei en het energietransport in de plant. Vooral in het beginstadium geeft dit de mais een snelle start. Wij hebben verschillende Maismasters met fosfaat in het assortiment, waaronder de Maismaster Pro. Deze bevat gecoate ureumkorrels waarbij de stikstof deels snel en deels vertraagd vrijkomt. Hierdoor is de afgifte afgestemd op de voedingsbehoefte van de mais gedurende het groeiseizoen.
Kali
Kijk in je grondmonster ook naar het kaligehalte. Kalium is belangrijk voor de fotosynthese, energievoorziening en vochthuishouding van de plant. Je kunt kali zowel voor als na het zaaien strooien. Toediening na de zaai heeft als voordeel dat je in de rijsporen van de zaaimachine rijdt en zo extra bodemdruk voorkomt. Zorg er wel voor dat je dit direct na het zaaien doet, voordat het maisplantje bovenkomt.
pH en opbrengstverlies
pH | Opbrengstverlies t.o.v. optimale pH | Opbrengstverlies in kg ds per ha (bij 15,5 ton ds/ha) |
4,4 | 8% | 1240 |
4,8 | 2% | 310 |
85,5 | 0% | 0 |
